Jan Fokkema
Jan Fokkema
Directeur Neprom

“Ik denk dat we op een belangrijk kruispunt staan waarbij we echt voor nieuwe uitdagingen staan en er op korte termijn een besluit genomen moet worden dat consequenties zal hebben voor de lange termijn.

De woningmarkt trekt weer aan en qua projectontwikkeling is de stemming veel beter dan een aantal jaar geleden. De hamvraag is: waar gaan we naartoe met onze stedelijke ontwikkeling in Nederland? Dat beeld ontbreekt op dit moment.”

“Met een drietal belangrijke zaken moeten we rekening houden: het energieneutraal maken van oude en nieuwe gebouwen, nieuwe mobiliteit met zelfrijdende deelauto’s en de globalisering.

Nederland is een welvarend land met veel woonkwaliteit en veel mogelijkheden, maar we moeten hier goed over nadenken. In tegenstelling tot Engeland heeft Nederland niet één grote stad zoals London, ons land bestaat uit een hecht netwerk van meerdere middelgrote steden.

We hebben goed openbaar vervoer en dat betekent dat mensen op de plek kunnen wonen waar ze willen, zonder dat ze uren onderweg hoeven te zijn. Daarnaast hebben we altijd groen om ons heen in de vorm van een tuin, een park of een nabijgelegen natuurgebied.

De vraag is hoe we die kwaliteit de komende jaren kunnen vasthouden en versterken terwijl we een miljoen woningen moeten bijbouwen, nóg mobieler worden en er steeds meer mensen voor een korte of lange tijd vanuit het buitenland hier naartoe komen.”

“Samen met de nieuwe regering, projectontwikkelaars, bouwers, beleggers en burgers moeten we een plan maken. Waar gaan we die nieuwe huizen bouwen? En hoe gaan we om met een gasloze woning; meer openbaar vervoer en minder privé auto’s; minder ruimte voor parkeren en een groenere buurt? Kortom, er moeten heel veel beslissingen genomen worden en het is qua stedelijke ontwikkeling een spannende tijd.”


Jacolien Eijer-De Jong
Jacolien Eijer-De Jong
Directeur van NLingenieurs

“Nederland is qua infrastructuur en stedelijke planning van oudsher heel goed in staat geweest om vooruit te kijken te anticiperen op de toekomst. Daardoor zijn we in staat om een ruimtelijke kwaliteit te maken die heel goed is: waar gaan we bouwen, waar leggen we infrastructuur aan en waar groen.

Waterveiligheid is hier een voorbeeld van natuurlijk. Als we het hebben over infrastructuur en mobiliteit hebben dan schiet mij eigenlijk als eerste te binnen dat wij -ondanks al het gemopper- bovenaan een lijstje verschenen van landen met de beste snelwegen ter wereld.

“Mobiliteit is een belangrijk vraagstuk voor de toekomst. Tegelijkertijd zijn hier ook veel ontwikkelingen gaande: ik denk dat de trend van bezitten naar gebruik doorzet, ook bij auto’s. Er komen ook steeds slimmere concepten met betrekking tot ‘mobiel zijn’.

Smart mobilty biedt nu al veel mogelijkheden om veel flexibeler te zijn. En het is natuurlijk fantastisch dat de energiezuinigheid van mobiliteit echt vorm begint te krijgen. Ook daar zijn de eerste ontwikkelingen al zichtbaar van: meer en meer autofabrikanten focussen zich op elektrische auto’s.

Ik kan me voorstellen dat ze ook bezig zijn met elektrische deelauto’s. Deelfietsen heb je al veel in veel grote steden en dat is een enorm succes. Deelauto’s in de vorm van een abonnement zijn er ook al, maar je moet nu nog te veel plannen en te veel regelen.

Verder hoop ik dat de Nederlandse steden zo leefbaar blijven zoals ze nu zijn, ook daar staan we internationaal om bekend. Maar er ligt een mooie uitdaging voor ons om de stad in de toekomst schoner en energiezuiniger te maken, want de druk op de stad zal toenemen omdat de verstedelijking blijft doorzetten.”


Gertjan Eg
Gertjan Eg
Directeur van Astrin

“Smart infra beslaat alles wat een ‘smart city’ mogelijk maakt qua infrastructuur: fietspadverlichting dat zich aanpast aan de fietser en stoplichten die reageren op sensoren bijvoorbeeld. Smart infra is niet ‘iets van de toekomst’, want het bestaat al, maar de intelligentie zal in de toekomst wel toenemen.”

“Communicatietechniek en data zullen een steeds grotere rol gaan spelen, dat zijn factoren die ook veel invloed op elkaar hebben en je kan het een niet los zien van het ander.

Veranderingen in de infrastructuur schikken zich naar de ontwikkelingen in de mobiliteit: de auto’s, de fietsen en de scooters. Daarnaast speelt duurzaamheid een belangrijke rol én neemt de druk op het verkeer toe, en daarmee wordt de toegankelijkheid ook een steeds belangrijker vraagstuk.

Dat doet dan weer de vraag over de leefbaarheid van een stad rijzen. De verstedelijking blijft zich doorzetten en dat staat op gespannen voet met de leefbaarheid van een stad. Ons domein buigt zich over de vraag hoe smart infra hierin een rol in kan spelen.”

“Binnen nu en vijf jaar zullen de elektrificatie en het belang van sensoren enorm gaan toenemen. Veel vervoer zal elektrisch worden aangedreven en dat zal z’n uitwerking hebben op veel dingen.

Daarnaast verwacht ik dat sensoren een belangrijke rol zullen gaan vervullen. Wat die rol precies zal zijn durf ik nog niet te zeggen, maar dat die rol zich zal schikken naar de drivers toegankelijkheid, leefbaarheid, duurzaamheid en veiligheid is vrijwel zeker.

Het zou me ook niet verbazen als steden zich meer zullen toespitsen op bepaalde thema’s. Rotterdam zou zomaar meer op de logistiek en bereikbaarheid kunnen toeleggen en Amsterdam zou zich misschien meer toespitsen op toegankelijkheid en leefbaarheid.”


Maxime Verhagen
Maxime Verhagen
Voorzitter Bouwend Nederland

“Nederland kent een fijn vertakte en efficiënte infrastructuur waarvan dagelijks miljoenen weggebruikers gebruikmaken. Daar mogen we trots op zijn. En nu de economie bloeit, reizen dagelijks weer meer mensen naar hun werk. Per trein, bus, auto en met de fiets.

Het wordt drukker en daarmee nemen ook de files weer toe. Naar schatting is het verkeer in 2020 met zo’n 40% toegenomen. Om groei –kwantitatief en kwalitief- in de komende jaren vast te houden, zou het nieuwe kabinet direct aan de slag moeten met onze wegen, het spoor, bruggen en andere infrastructuur.

Eerder dit jaar heb ik onderzoek laten doen naar de kwaliteit van onze infrastructuur als geheel, mede naar aanleiding van de Merwedebrug. Want de ketting is zo sterk als de zwakste schakel en een ongeval op weg A betekent meer drukte op weg B.

Uit het onderzoek blijkt dat we afstevenen op diverse verkeersinfarcten, met tien miljoen euro schade per dag. Van de 750 bruggen en 22 tunnels die het Rijkswegennet telt, lopen er tientallen gevaar uit te vallen. Daar staan we nu. Het is dus wachten op een volgende calamiteit zoals de afsluiting van de Merwedebrug, de Afsluitdijk of de Schipholtunnel.

Hoe de toekomst eruit ziet hangt dan ook voor een groot deel af van de bereidheid om te investeren in de wegen en kunstwerken. Er moet geld bij, voor aanleg en voor onderhoud. Doe je dat niet, dan is het wachten op de volgende wegafsluiting en dan staan we met z’n allen straks muurvast.

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu zegt zelf ook dat er verkeers- en goederenstromen vastlopen bij de hoge economische groei zoals we die nu meemaken. Het verkeer groeit harder dan in de scenario's waarmee het kabinet rekent.

Let wel, ik pleit niet voor meer asfalt. Ik pleit voor een innovatieve en robuuste infrastructuur. Voor meer mogelijkheden op spoorwegen, waterwegen en voor efficiënter gebruik van bestaande wegen. En ja, soms moet er ook wat bij.”