De broodnodige brandstof in de vorm van voldoende (nieuwbouw)woningen begint op te raken. Nu al komen we een slordige 200.000 woningen te kort en iedere dag neemt dit aantal toe. Met vooral flink stijgende verkoopprijzen tot gevolg. En vooral starters, ouderen en huurders in het middensegment hebben hier last van.

Inmiddels is bijna iedereen het er dan ook wel over eens dat we de komende jaren gemiddeld 80.000 woningen moeten bouwen om aan de groeiende vraag tegemoet te komen. Aantallen die we al jarenlang niet meer halen.

Druk op binnenstad

Dat we maar niet kunnen versnellen komt vooral omdat de nadruk nog steeds op bouwen in het binnenstedelijk gebied ligt. Tegelijkertijd rust er een taboe op het bouwen aan de randen van onze steden of dorpen. Maar bouwen in de stad is complex.

We hebben te maken met regelgeving, bodemsanering of het verplaatsen van nog actieve bedrijven. Kortom, vaak lastige, tijdrovende en dure processen. Niet voor niets riep minister Ollongren onlangs op om woningen mede in het groen te gaan bouwen. Want los van het financiële vraagstuk is het de vraag of het wel zo wenselijk is om elk stedelijk plantsoentje of speelveldje voor woningbouw op te offeren.

We moeten de komende jaren gemiddeld 80.000 woningen moeten bouwen om aan de groeiende vraag tegemoet te komen.

Nu al laten vooral de stedelijke gebieden in de Randstad teleurstellende cijfers zien, zo blijkt uit de nieuwe editie van de Brede Welvaartsindicator, een uitgebreid onderzoek naar de leefomstandigheden van Nederlanders. Des te meer reden om dus heel voorzichtig te zijn met het nóg verder verdichten van onze steden. Laten we liever dat stedelijk parkje koesteren en die groene singel behouden en voorzichtig zijn met in elke binnenstad nóg dichter en hoger te bouwen.

Groen gebied

Maar dat betekent niet dat dit één groot pleidooi is voor het volbouwen van onze weilanden. Alsjeblieft niet zeg! Bouwen in de stad en in de uitleg moeten het wat ons betreft samen gaan doen. Binnenstedelijk zijn er zeker goede mogelijkheden, maar laten we het niet overdrijven. We ontkomen er simpelweg niet aan om zo’n zeventig procent van de bouwopgave in de uitleg te realiseren. Maar wel op een ordentelijke manier.

Dus met respect voor de woon- en leefbehoeften van mensen en de kwaliteit van de natuurlijke omgeving. Het schrikbeeld dat er straks geen groen meer over is in Nederland is niet terecht. Er is ruimte zat! Meer dan de helft van de Nederlandse grond is volgens het CBS zelfs landbouwareaal.

Met deze woningbouwopgave is er een uitgelezen kans om landbouw, woningbouw en natuurgebieden te laten samenwerken. Ja, u leest het goed: ook natuurgebieden. Want bouwen én natuur kunnen in onze ogen heel goed samen gaan.

Bouwen in de stad en in de uitleg moeten het wat ons betreft samen gaan doen

Stelt u zich eens voor dat we voortaan 1 à 2% van de buitengebieden reserveren voor woningbouw en tegelijkertijd eenzelfde percentage reserveren voor échte natuur zoals bos en andere ‘woeste gronden’ en daarmee stads- en dorpszomen transformeren tot groene, natuurrijke woon- en leefgebieden. En daarmee het stads-en dorpsgezicht vanuit het groen op een natuurlijke manier afhechten. Zou dat niet fantastisch zijn?

En wat dacht u van meer ‘groen’ in de stad in de vorm van groene daken en gevels en lanen (of singels). We lossen zo het woningtekort op, houden onze steden leefbaar en we helpen ook nog eens de natuurlijke opname van CO2 in de goede richting te krijgen. Bovendien is het ook nog eens beter voor het waterbeheer in de steden en draagt het zo bij aan de ontlasting van het rioleringsstelsel.

Waar een wil is, is een weg. Wat ons betreft is het echt de hoogste tijd dat we de discussie over de bouwopgave op een hoger plan brengen. Veel te lang is de tegenstelling gezocht. Nu is het tijd voor balans. ‘Rood en groen’ kunnen het heel goed samen gaan doen.