Hoewel nog niet precies bekend is hoe de Omgevingswet eruit gaat zien, zijn er drie zaken die zullen verbeteren. Ten eerste komt er een einde aan de grote versnippering van wetgeving op de leefomgeving, waardoor het niet langer nodig zal zijn om in verschillende wetten te kijken welke procedure het beste is. Ten tweede betekent de nieuwe wet een harmonisatie van begrippen en is de kans kleiner dat er nieuwe planfiguren en namen ontstaan. Ten derde komen we bij de samenvoeging de wetten tegen die elkaar nu bijten.

Normen aanpassen

Enkele goede stappen vooruit dus, maar Bregman is er nog niet op gerust dat de verandering optimaal wordt benut. Het voorstel voor de Omgevingswet heeft in hoge mate een raamwerkkarakter, aangezien de Algemene Maatregelen van Bestuur nog niet bekend zijn. Met andere woorden: het kan nog alle kanten op. Ook is het instrumentarium nog niet compleet. Zo wijst hij op het ontbreken van stedelijke herverkaveling als instrument binnen het gemeentelijk grondbeleid. “Er lijkt draagvlak voor een wettelijke regeling van stedelijke herverkaveling”, aldus Bregman, verwijzend naar het rapport van de commissie Stadig.

Integrale omgevingskwaliteit

Volgens de hoogleraar is de nieuwe wet een uitgelezen kans om omgevingen slimmer te benutten. Bijvoorbeeld door meer maatwerk te bieden voor goed evenwicht in maatschappelijke wensen en leefmilieu. Wanneer er breed draagvlak is, dient het mogelijk te zijn om heersende normen, die buitenproportioneel zijn in een bepaalde omgeving, aan te kunnen aanpassen. Bregman: “Mensen willen soms, met kennis van de risico’s, graag verblijven in een gebied waar dat niet mag. Je kunt je afvragen in hoeverre een regel dat mag beperken of blokkeren. Bij geluids- of geurhinder bijvoorbeeld. Daar gelden nationale normen voor, die we kunnen aanpassen aan specifieke situaties wanneer dat de integrale omgevingskwaliteit ten goede komt. Dat biedt mogelijk de grootste winst in de Omgevingswet.”

Experimenteerbepaling

Aangezien er momenteel verschillende uitdagingen spelen, is het volgens Bregman nodig om te experimenteren met wetten. Vanuit de reeds bestaande crisis- en herstelwet bijvoorbeeld, die al vooruitloopt op de Omgevingswet. We zouden er goed aan doen om enkele gebieden aan te wijzen als proeftuin, om te kijken welke afwijkingen er mogelijk zijn en vooral ook hoe deze afwijkingen gemotiveerd dienen te worden. Wanneer hier specialistische kennis voor nodig blijkt te zijn, kan er een landelijke commissie van deskundigen ingesteld worden met aandacht voor de omgevingseffecten van normoverschrijdingen. “Via een aanpassing van de Crisis- en herstelwet kan zo’n experimenteerbepaling vrij gemakkelijk in het bestaande wettelijke instrumentarium worden ingepast”, legt Bregman uit. “Dan weten we tegen de tijd dat de Omgevingswet in werking treedt wat de mogelijkheden zijn. Wat er nu ligt is positief, maar wachten kunnen we ons niet permitteren.”