Jeroen van der Veen
Ketenmanager BGT bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

En dat biedt kansen, zo meent hij. “Deze Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) moet informatie tonen over bijvoorbeeld wegen en gebouwen op een relatief gedetailleerd schaalniveau, tot wel 1 op 500. Belanghebbenden zijn eventueel te vinden in de verzekeringsbranche, die onderzoekt of de data nuttig kunnen zijn bij schadegevallen. Maar ze zijn ook bruikbaar bij het digitaliseren van bestemmingsplannen en voor kabel- en netwerkbeheerders die graafschade willen voorkomen. Projectontwikkelaars en appbouwers kunnen er eveneens hun voordeel mee doen”, zegt Van der Veen, die ketenmanager is bij het programmabureau BGT bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. “Daarnaast kunnen beheerders van de openbare ruimte, zoals in de groenvoorziening, profiteren van gebiedsgegevens over groenstroken.”

Opvolger

De BGT is de opvolger van de al bestaande Grootschalige Basiskaart Nederland, met het verschil dat de nieuwe variant gratis is in gebruik. En beter bruikbaar door de standaardisatie en toegankelijkheid van data, zo vindt Van der Veen. De gegevens komen van verschillende ‘bronhouders’ zoals ministeries, waterschappen, gemeenten en Rijkswaterstaat. De huidige situatie kan het best worden getypeerd als een transitie, zegt hij. “Alle beschikbare data bij de bronhouders worden momenteel geïnventariseerd en over elkaar gelegd. Uit onderzoek blijkt dat in de oude situatie 50 procent van dergelijke informatie dubbel wordt ingewonnen. Dat gebeurt bijvoorbeeld als een gebied zowel door Rijkswaterstaat als een gemeente in kaart wordt gebracht. Het levert enorm veel efficiency op als dit nog maar één keer plaatsvindt.”

Knelpunten

De wet BGT is vanaf 1 januari 2016 van kracht. Voor die datum moet heel Nederland zijn ‘ingevuld’ op de kaart. Gemeenten Dronten en Valkenswaard zijn al gereed. Voor de rest van Nederland moet er naar Van der Veens mening nog een behoorlijke slag worden gemaakt. De aansluiting van de verschillende data is nogal een exercitie, zo meent hij. “Daarvoor is samenwerking essentieel. Afstemming tussen de verschillende bronhouders heeft wel wat voeten in de aarde. Om tot één standaard en eenduidige data te komen is het noodzakelijk de eigen interpretaties van data los te laten. Dat gaat niet vanzelf. Rijkswaterstaat bijvoorbeeld, beheert de rijkswegen maar heeft ook data nodig over de gebouwtjes die er langs staan. Straks beheren de gemeenten die informatie. Door één taal te spreken, kunnen beiden dezelfde data gebruiken. Wanneer BGT slaagt, is er actuele data beschikbaar voor iedereen.”