Hamit Karakus
Hamit Karakus
Directeur van Platform 31

Nederland is een bolwerk van kennis, van resultaten van zorgvuldig uitgevoerd onderzoek, van degelijke analyses en betrouwbare studies.

“Het verrast me nog steeds hoeveel deskundigheid er in Nederland is. Maar daar moet je echt naar op zoek. De kennis is nog steeds heel erg versnipperd en daardoor niet altijd makkelijk te vinden of te gebruiken,” meent Hamit Karakus, directeur van Platform 31, een kennisorganisatie voor stedelijke en regionale ontwikkeling.

Samen met andere partijen verzamelt ze kennis over economische-, sociale,- en ruimtelijke vraagstukken. Dat gebeurt via (wetenschappelijk) onderzoek, praktijkexperimenten en netwerken.

Karakus: “Er zijn veel universiteiten, hoge scholen en onderzoeksinstanties die zich focussen op het economisch en sociaal domein. Mijn vraag is: hoe kunnen we die kennis goed bundelen zodat we geen dubbel werk meer hoeven doen? En zo geen tijd verkwisten bij projecten die we het liefst zo snel mogelijk willen uitrollen? Een verregaande samenwerking is noodzakelijk om hierin een grote stap te kunnen maken.”

Karakus noemt als voorbeeld het programma binnenstedelijke gebiedsontwikkeling. Voor de opzet van zo’n programma zijn veel inzichten nodig in de wijze waarop we bepaalde knelpunten kunnen oplossen. Die nodig zijn om de productie op gang te brengen.

Karakus: “Het is een behoorlijk breed programma, omdat het thema’s beslaat als wonen, mobiliteit, infrastructuur en duurzaamheid. En over al die thema’s moeten we kennis en informatie verzamelen en vervolgens bundelen om het programma te kunnen uitrollen.

Wij moeten in staat zijn om die schakel te zijn die zegt: wat ligt er op tafel, is dat voldoende informatie, of moet er nog meer onderzoek komen? Als we op zoek gaan naar die kennis, dan komen we er vaak achter dat er veel informatie beschikbaar is, maar dat het lastig vindbaar is omdat het niet is gebundeld.

Neem het thema duurzaamheid bijvoorbeeld. Daar is al ontzettend veel onderzoek naar gedaan door verschillende instanties, maar de zoektocht naar de juiste analyses voelt vaak als zoeken naar een speld in een hooiberg. Er gaat veel tijd verloren en dus ook geld.”

Opvallend bij veel kennisinstituten is dat ze relatief weinig domeinoverstijgend zijn, meent Karakus. Is een grote databank dan dé oplossing? Karakus: “Daar ben ik absoluut een groot voorstander van, maar een systeem alleen is niet voldoende.

Bovendien klinkt het opzetten van zo’n databank eenvoudig, maar vergeet niet dat het heel veel tijd en geld kost om zoiets op te zetten, te vullen en het gedisciplineerd bij te houden.”

Toch zou het zeker de investering waard zijn, daarvan is Karakus overtuigd: “Alles zou zo veel sneller gaan, dubbelwerk zou vrijwel niet meer voorkomen en we zouden heel snel kunnen achterhalen wie waar mee bezig is. Dat scheelt uiteindelijk heel veel geld denk ik.”