Deze zogeheten geografische informatie (geo-informatie, geodata) is nodig bij de (her)ontwikkeling van gebieden. Onder andere de Coolsingel in Rotterdam is hier een voorbeeld van. Zo zijn er op het moment plannen deze te herinrichten tot een aantrekkelijke, ruime en groene boulevard.

Er gaat dus veel veranderen op het gebied van binnenstedelijke ontwikkeling. Geodata is hierbij cruciaal. Geo-informatie wordt verwerkt tot digitale, driedimensionale ‘kaarten’ van een gebied. “Geodata zijn cruciaal bij de ontwikkeling van buitenruimte”, vertelt Rob Poll, adviseur bij de gemeente Rotterdam. “Je kunt er allerlei analyses mee doen. Het is wettelijk vastgelegd welke geo-informatie verzameld moet worden. Het maakt niet uit of dat gaat over de Coolsingel in Rotterdam of een kleine straat in een buurt. Geo-informatie is nodig om de huidige situatie te laten zien, maar ook om aan te geven waar bijvoorbeeld een nieuw gebouw of nieuwe straat moet komen en hoe dat aansluit op de huidige situatie, zowel boven- als ondergronds. Geodata zijn open data en dus beschikbaar voor iedereen. Door informatie over diverse thema’s in een kaart te combineren, zie je de samenhang en kunnen vakspecialisten samen werken aan een integrale oplossing.” 

Geavanceerde software

Het verwerken van geo-informatie gebeurt met geavanceerde software. Door verschillende opnamemomenten te vergelijken, is te zien hoe een landschap of een gebied in de loop van de tijd verandert. En door een toekomstige situatie digitaal in een kaart te verwerken, is na te gaan welk effect dat heeft op verkeersstromen, of hoe de schaduw van een nieuw hoog gebouw zal vallen.

Van een bepaald gebied zijn al veel geodata beschikbaar, maar toch zal bij de start van een project vaak nog nieuwe informatie worden ingewonnen. Vroeger gingen daarvoor landmeters op pad, maar nu kan dat met een laserscanner op een auto die door een straat rijdt. “We hebben daar al proeven mee gedaan”, zegt Poll. “Voordeel is dat je voor de metingen een straat niet hoeft af te zetten, zodat mensen er geen last van hebben. Wellicht kan dit stadsbreed worden ingezet. Of misschien kunnen drones worden gebruikt om gegevens te verzamelen. Samen met de TU Delft zijn we dit soort mogelijkheden aan het onderzoeken.”