Zo’n twintig jaar geleden is het stadsbestuur gestart met een investeringsprogramma voor de binnenstad. De gemeente en private partijen hebben enkele honderden miljoenen geïnvesteerd in onder andere culturele voorzieningen, openbare ruimte en vernieuwing van gebouwen. “De stad heeft een grote transformatie ondergaan”, zegt Sleeking. “Vroeger was er in Dordrecht nauwelijks een terras, nu zijn die er op veel plaatsen. Door alle veranderingen is de waardering voor Dordrecht, als stad om te wonen of te bezoeken, sterk gestegen. Met name de historische binnenstad, met ook mooie havens, is een grote trekpleister.”

Winkeliers ondersteunen

Ook Dordrecht is geraakt door de crisis van de afgelopen jaren, vertelt Mos. “Juist nu is het denk ik de juiste strategie om te investeren in de binnenstad. We trekken steeds meer toeristen en zijn al tien jaar bezig om kleine zelfstandige ondernemers te ondersteunen. Bijvoorbeeld met ruimere mogelijkheden binnen bestemmingsplannen, dereguleren of minder strenge regels voor vergunningen. De historische binnenstad is bovendien een mooi podium voor evenementen en activiteiten. We werken daarin samen met lokale ondernemers en vastgoedeigenaren die voor een deel ook collectief verenigd zijn.”

Er is bovendien overleg en samenwerking met steden in de regio. Sleeking noemt als voorbeeld het kunstproject River Art. Langs de oevers van De Noord, die Dordrecht verbindt met Rotterdam. Hier worden kunstwerken gerealiseerd in een samenwerking tussen de twee steden en het aanwezige bedrijfsleven. “Het project benadrukt de nauwe economische verwevenheid van de regio en is tevens gekoppeld aan het bidbook voor de World Expo 2025.”

Leegstand

Ondanks alle positieve ontwikkelingen zijn er ook punten van zorg, zoals het omvallen van grote winkelketens. “De sluiting van V&D zorgt voor achtduizend extra vierkante meters leegstand”, vertelt Sleeking. “Samen met vastgoedeigenaren in dit gebied zoeken we naar nieuwe mogelijkheden om de leegstand aan te pakken. De vraag is wel wat de rol van de overheid daarbij is. We gaan dat met een expertteam van investeerders en ondernemers nadrukkelijk bespreken, aangevuld met wetenschappelijk deskundigen. We willen de problemen en de verwachtingen analyseren en met een gezamenlijke visie komen hoe we de binnenstad ook op de langere termijn vitaal kunnen houden.”

Mos noemt een lastig punt hierbij: veel Dordtse winkelpanden zijn enkele tientallen vierkante meters groot, maar bij leegstand is dat voor een nieuwe gegadigde vaak te klein. “Die wil al snel bijvoorbeeld honderd of tweehonderd vierkante meter. We willen daarom met vastgoedeigenaren gaan bespreken hoe we die mooie monumentale panden weer een nieuwe invulling kunnen geven. Het Energiehuis en Filmhuis The Movies zijn daar mooie voorbeelden van. We nemen ook deel aan overleg met enkele andere monumentensteden en zijn betrokken bij enkele landelijke pilotprojecten. En Dordrecht neemt in juni deel aan de beurs Provada in de RAI. Men kan ons daar ontmoeten en zien welke projecten voor investeerders/ beleggers interessant zijn.”

Daarnaast zijn er veel leegstaande kantoorpanden. Rond de binnenstad ligt een schil van kantoren, inclusief het stadskantoor van de gemeente. “In deze omgeving is er zo’n veertig procent leegstand. Vorig jaar hebben we daarvoor een overeenkomst gesloten met betrokken partijen, zoals het Rijksvastgoedbedrijf, investeerders en projectontwikkelaars. We willen ook op het gebied van kantoren een transformatie bewerkstelligen. Dit gebied heeft veel pluspunten, zoals goede bereikbaarheid, de nabijheid van het station en de voorzieningen van de binnenstad. Die punten kunnen we beter gaan benutten. Dat is voor sommige kantoorgebouwen al gelukt. Het voormalig postkantoor, Post120 en het Tomadohuis zijn landelijk aansprekende voorbeelden van succesvolle transformatie. Ook ons eigen kantoor zijn we aan het analyseren. Het gebouw is verouderd en te ruim. We staan voor de keuze om hier te investeren of te verhuizen. We willen in ieder geval, vanwege de goede bereikbaarheid, aan de rand van de binnenstad gevestigd blijven.”

Evenwicht en kwaliteit

Ook de kwaliteit van woonwijken is in veel steden een actueel aandachtspunt. In Dordrecht zijn in het verleden veel woningen gebouwd voor de ‘onderkant’ van de markt, maar in overleg met woningcorporaties wordt via sloop van verouderde portiekflats meer evenwicht en kwaliteit gebracht in het woningaanbod. “Dat geldt ook voor bedrijventerreinen”, voegt Mos daar aan toe. “We hebben zowel oude terreinen als terreinen die zich nog moeten ontwikkelen. Ook voor bedrijven willen we een gevarieerd vestigingsaanbod. Pluspunt daarbij is dat Dordrecht beschikt over een zeehaven.”

Vanwege de crisis hebben gemeenten pijnlijke keuzes moeten maken en soms verlies moeten accepteren. Dordrecht heeft nog wel voldoende vermogen om de stad in ontwikkeling te houden, laat Mos weten. “We kijken wel kritischer waar we in willen investeren. Bijvoorbeeld het woningproject Stadswerven, dat landelijk aandacht krijgt. En met enkele steden en waterschappen werken we aan waterveiligheid, omdat Dordrecht omgeven is door water. We gaan alleen door met plannen die realistisch zijn en iets bijdragen aan de stad. We scheiden het kaf van het koren. Misschien is dat wel de winst van de crisis.”