Den Haag staat net zoals veel andere steden voor verschillende uitdagingen. De transitie naar een kenniseconomie bijvoorbeeld. De stad moet een goed vestigingsklimaat bieden en niet alleen aantrekkelijk zijn om in te werken, maar ook om in te wonen en te recreëren.

Een Central Innovation District (CID) kan inspelen op die uitdagingen. Innovation districts ontstaan in steden over de hele wereld en kennen een concentratie van mensen, bedrijven en instellingen die sterk bijdragen aan kennisontwikkeling en vernieuwing.

In Den Haag gaat het om het gebied tussen de stations Den Haag Centraal, Hollands Spoor en Laan van NOI. De propositie die gemeente Den Haag doet voor het CID valt onder het programma Stad in Transitie.

CID voor werkgelegenheid

“Het gebied groeit naar 40.000 studenten, telt diverse grote organisaties, honderden nieuwe bedrijfjes en kent veel relaties met andere innovatiegebieden.

De gemeente onderzoekt nu wat de kansen zijn van een innovatiedistrict en hoe het CID eventueel verder kan worden ontwikkeld. Tot 2040 hoopt de gemeente in ieder geval 18.000 woningen in het CID te realiseren.

Een innovatiedistrict kan veel werkgelegenheid creëren”, zegt Erik Pasveer. Hij is hoofd Stedenbouw en Planologie bij de gemeente Den Haag en leidt het rondetafelgesprek over de mogelijkheden van het CID en Den Haag als innovatiestad. Hiervoor heeft hij Tobias Verhoeven uitgenodigd, commercieel directeur bij projectontwikkelaar Synchroon.

UvA-hoogleraar geografie en planologie Pieter Tordoir is aangeschoven, net als TU Delft-onderzoeker Urban Development Management Wouter Jan Verheul. Elske van Gent, CEO van de New World Campus, completeert het gezelschap.

“Mixed-use is erg in trek”

“Superknoop” Den Haag

Stadsstedenbouwer Erik Pasveer stelt de vraag of het CID als reële optie voor Den Haag moet worden beschouwd. Pieter Tordoir schetst een tweetal ontwikkelingen waarmee de stad volgens hem zijn voordeel kan doen.

“Organisatorisch gaan we van een klassieke structuur met hiërarchische bedrijven die alles intern doen naar meer horizontale netwerkstructuren waarin projectmatig wordt gewerkt.

Bedrijven worden kleiner en fungeren meer als bijenkorven; vol activiteit en met veel in- en uitgaand verkeer. Ruimtelijk gezien komt dat verkeer, ook bij kleine bedrijven, steeds meer van heinde en verre.” 

De ontwikkelingen vereisen dat centrale arena’s, zoals Tordoir ze noemt, zich moeten ontwikkelen op superknopen van verkeer en communicatie in innovatiemilieus. De drie Haagse stationsgebieden zijn zo’n superknoop.

“Uiteindelijk moet de Randstad zo’n tien van dit soort gebieden, in nauwe verbinding met en complementair aan elkaar, tellen. Samen kunnen ze de internationale concurrentie aan en zorgen ze dat Nederland interessant blijft voor internationale kenniswerkers.

Den Haag moet deze ontwikkelingen aangrijpen om maatschappelijk en economisch verder te komen.”

Innovatiestad?

Vooralsnog staat Den Haag niet bekend als kennis- of innovatiestad. Wel als schrijftafel van Nederland, zegt Pasveer en om belangrijke thema’s zoals bestuur, vrede, recht en veiligheid. Toch is de stad aan het veranderen, zegt hij.

Van een bestuursstad pur sang is geen sprake meer. Er is ruimte voor innovatie en volgens hem kan er een innovatiecluster ontstaan om de voor Den Haag zo bekende thema’s heen. Tordoir meent dat Den Haag zich moet richten op innovatie in governance.

Elske van Gent ziet een thema zoals veiligheid, waar Den Haag sterk in is, als uitgelezen kans om in te innoveren. “Internetveiligheid is zeer actueel en noodzakelijk en in Den Haag zijn alle partijen aanwezig om hierop in te zetten. Er is veel vraag naar”, zegt ze.

De New World Campus, waar ze CEO is, bevindt zich middenin het CID. In de broedplaats voor innovatie vinden tachtig bedrijven en organisaties elkaar in het duurzaam innoveren met een financieel, sociaal en ecologisch rendement.

Heeft Van Gent het gevoel in een innovatiedistrict te zitten? “Het gebied is enorm in ontwikkeling, en er is duidelijk behoefte aan dit soort broedplaatsen. Millennials willen niet per se werken voor de grote, traditionele bedrijven maar vaak juist voor kleinere, impactgedreven organisaties. In de laatste maand hebben we vierhonderd vierkante meter kunnen vullen met nieuwe huurders.”

Nieuw verhaal voor Den Haag

Wouter Jan Verheul onderzoekt met TU-collega’s wat een stad nodig heeft om een innovatie-economie te stimuleren. Wat hem betreft moet Den Haag enerzijds een herkenbaar verhaal hebben voor het zich als een innovatiedistrict profileert en anderzijds concrete resultaten tonen.

“Het moet in de fysieke omgeving tastbaar zijn, anders blijft een CID-verhaal in het luchtledige hangen. Laat nieuwe bedrijven zien, toon cross-sectorale innovaties, organiseer innovatiefestivals en leg de focus op broedplaatsen in het gebied.

Nederland telt inmiddels een paar honderd campussen en valleys dus het moet goed duidelijk zijn wat er in Den Haag precies gebeurt aan innovatieontwikkeling. Het betekent ook dat je ondernemers vraagt welke plekken zij nodig hebben om tot innovatie te komen en hoe je met de openbare ruimte cross-sectorale ontmoetingen stimuleert.”

Erik Pasveer nodigt partijen uit om aan te geven wat ze nodig hebben, en om verder mee te denken over de ontwikkeling van het CID.

Mensen binden met mixed-use

Wil een stad innoveren, dan moet deze talentvolle mensen aan zich binden. Een deel van het Haagse beleid is al gericht op een goed vestigingsklimaat dat onder andere de duizenden studenten moet verleiden te blijven.

Tobias Verhoeven van Synchroon benadrukt dat fijne stedelijke plekken het verschil kunnen maken. Bedrijven volgen mensen dus moet het wonen in de stad aantrekkelijk zijn, zegt hij.

“Mixed-use gebieden bij kennisplekken zijn erg in trek. In het CID ontwikkelen we met Amvest samen een mixed-use gebouw op het KJ-plein. Daarbij is goed gekeken naar de behoefte van de stedeling.

Parkeerplekken zijn er niet. In de deeleconomie delen bewoners hun auto en fiets en wandelen ze naar hun werk in de innovatiehub. Het is een gebouw waar mensen ook voorzieningen met elkaar delen, zoals een gemeenschappelijke keuken, feestappartement en een wasbar.

Ze maken gebruik van de services van het gebouw waarin ze wonen, gaan naar de lokale horeca en klappen daar in de koffiebar af en toe ook hun laptop open om te werken. Mensen willen tegenwoordig niet een groot deel van hun geld kwijt zijn aan hun woonlasten, ze willen juist graag genieten van hetgeen de stad te bieden heeft.

We creëren woningen voor de mensen die graag in de stad willen leven, vaak al een- en tweepersoonshuishoudens. Amvest neemt een groot deel van de woningen en de commerciële voorzieningen in haar portefeuille op.” Het zijn vooral de vele mogelijkheden die de nieuwe stedelijke leefomgeving bij een kennisplek typeren.

De juiste branding

De verdere ontwikkeling en uitbouw van een innovatiedistrict kan volgens de gasten van het rondetafelgesprek een gouden greep zijn voor Den Haag om zich verder te ontwikkelen als kennis- en innovatiestad.

Het is een middel om aantrekkelijk te blijven voor mens en bedrijf en dat moet worden geuit. “Be good and tell it”, luidt het advies van Verhoeven aan de gemeente.

Van Gent is het met hem eens. “Als gemeente kun je ontmoetingen van verschillende partijen gemakkelijk faciliteren. En met de juiste branding zorg je voor een aanzuigende werking.”