"Je hebt er de Kalverstraat, zo succesvol dat deze soms moet worden afgesloten vanwege de drukte, die vooral een jonge doelgroep trekt. Daar tegenover staat de luxe en high end van de PC Hooftstraat, voor een oudere doelgroep. Per gebied moet je dus kijken: hoe kan de ruimte worden georganiseerd? Is het een bestaande winkelstraat of een wijk in opkomst? Er is een toenemende behoefte aan identiteit, vermaak en beleving. Veel winkels gaan over op een kleinere oppervlakte. Leegstand trekt leegstand aan, weten we. Maar klein en fijn is tegelijkertijd van waarde voor de diversiteit.

Ambachtelijkheid

Binnen het vak van de vastgoedontwikkelaar is ambachtelijkheid daarmee belangrijker geworden. Je moet uitvinden hoe retail werkt, onderzoeken welke plek welke toevoeging verdient en interactie zoeken met bewoners en ondernemers. Creatieve, tijdelijke oplossingen horen daar ook bij. Naast de basisvulling is er een flexibele schil nodig, waarmee je het publiek meer kunt verwonderen. De Fenixloodsen op Katendrecht in Rotterdam zijn een goed voorbeeld. Dat project leerde mij ook dat ondernemers tijd nodig hebben om hun bestaansrecht te bewijzen – belast ze dus niet meteen met een hoge huur. Samen kunnen ze een nieuwe plek creëren, bepalen welke route ze daarvoor willen volgen en welke doelgroep ze willen aanspreken. Cambridge Innovation Center of Spaces zijn ook organisaties die ik interessant vind: het zijn bedrijven die nieuwe ondernemers in de maak- of techindustrie weten te binden.
De gemeente heeft natuurlijk ook een rol, en dat is die van matchmaker. Een gemeenteloket heeft een lage drempel – al kan een goede stedelijke ontwikkelaar die rol ook prima vervullen. Daarnaast kan aanpassing van regels meer diversiteit stimuleren: door flexibele bestemmingsplannen, tijdelijke programmering, huurtarieven waar je kunt ingroeien als ondernemer en het belonen van pioniers. Voor gedifferentieerde gebiedsontwikkeling is stedelijkheid onze grootste kans – de stad gaat nooit kapot."