Binnenstedelijke ontwikkeling

De meeste mensen willen in de stad wonen. “Om hieraan tegemoet te komen wordt zoveel als mogelijk in de stad gebouwd.” vertelt minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Kajsa Ollongren.

“Maar dat vergt een hoop inspanningen. Daarom doet mijn ministerie mee aan het programma Stedelijke Transformatie. In dit programma proberen decentrale overheden, marktpartijen en kennisinstellingen gezamenlijk oplossingen te vinden voor knelpunten bij stedelijke ontwikkeling.

Denk aan verrommelde bedrijventerreinen en oude havens. Die liggen vaak op aantrekkelijke locaties, maar zijn niet zomaar te ontwikkelen. Knelpunt is vaak de voorfinanciering die nodig is om zo’n gebied klaar te maken voor gebiedsontwikkeling.

Het gaat dan bijvoorbeeld om het schoonmaken van de grond of het uitkopen van bedrijven. Ik heb de Kamer gezegd te bekijken hoe een fonds zou kunnen bijdragen aan de voorfinanciering van dergelijke locaties.”

Bouwen aan de stadsgrenzen

Binnen Nederland zijn er grote verschillen als het gaat om ruimte voor en vraag naar nieuwe woningen. De provincie Noord-Holland heeft al gezegd dat de Metropoolregio Amsterdam macro vooralsnog voldoende ruimte heeft om binnen de stadsgrenzen te bouwen.

Bijvoorbeeld door renovatie, transformatie, inbreiding en nieuwbouw kunnen zij in principe voldoende aanbod realiseren. “Hier gaat het er wel om of het ook op de gewenste locaties kan en in voldoende tempo, en of wij ver genoeg vooruit kijken.”

Binnen Nederland zijn er grote verschillen als het gaat om ruimte voor en vraag naar nieuwe woningen

Ook op andere plekken in Nederland kunnen veel woningen binnen de stad worden gebouwd. “Maar niet in elke regio kan het allemaal binnen de stad”, stelt Ollongren. “En het is belangrijk om op tijd na te denken over mogelijke nieuwe bouwlocaties voor het geval bestaande plannen uitvallen of te veel vertraging oplopen.

Zo neem je ook de tijd om te bepalen hoe je dat kan combineren met bijvoorbeeld groenvoorziening en de bereikbaarheid van die nieuwe woningen. Natuurlijk wil ik dat steden daarbij zo creatief mogelijk kijken naar wat mogelijk is binnen de bestaande stad, met behoud van kwaliteit van de leefomgeving.

Maar in sommige gevallen betekent dat ook dat de stad de ruimte moet krijgen om te groeien qua oppervlakte. Wij moeten ook praten over bouwen aan de stadsgrenzen. Daar speelt behalve de stad ook het provinciebestuur een belangrijke rol. Zij gaan over de contouren waarbinnen groei mogelijk is.”

Bouwen, bouwen, bouwen

Het mantra is ‘bouwen, bouwen, bouwen’, en dat zo veel mogelijk op de plekken waar mensen het liefste willen wonen. Vooral in en rondom de grote steden, al zijn er natuurlijk ook regio’s waar dit met oog op de toekomst minder speelt.

Omdat het plannen en bouwen van nieuwe woningen enkele jaren duurt, is het daarnaast ook belangrijk om de bestaande voorraad beter te benutten door de doorstroming te bevorderen. “Er wonen nog honderdduizenden mensen met hogere inkomens in de sociale huur terwijl aan de andere kant mensen met een laag inkomen op de wachtlijst staan”, constateert Ollongren.

“Die hogere inkomens zien wij graag doorstromen naar koop- of huurwoningen in de vrije sector.” Op verzoek van het kabinet heeft Rob van Gijzel in diverse gemeenten overlegtafels georganiseerd en gemeenten, marktpartijen en corporaties met elkaar in gesprek gebracht.

“Corporaties bijvoorbeeld hebben relatief veel dure huurwoningen in bezit die qua kwaliteit ook in de vrije sector verhuurd kunnen worden. Zij zouden deze woningen ook kunnen verkopen en met de opbrengsten goedkopere, energiezuinige sociale huurwoningen terugbouwen.”

Rol van het Rijk

Het Rijk is verantwoordelijk voor het stelsel en het bevorderen van huisvesting. Dit is zelfs vastgelegd in de Grondwet. Maar het bouwen van woningen is vooral een lokale en regionale zaak. “Het Rijk kan regio’s wel ondersteunen, bijvoorbeeld door belemmeringen in wet- en regelgeving weg te nemen”, stelt Ollongren.

“Zo wil ik voor de zomer met een nieuwe wet komen die bouwprocedures versnelt. Die wet gaat vooruitlopend op de Omgevingswet de Crisis- en Herstelwet vervangen, die projecten versnelt die door de economische crisis kwamen stil te liggen.

Maar het bouwen van woningen is vooral een lokale en regionale zaak

De Omgevingswet geeft gemeenten namelijk nog meer vrijheid, maar gaat pas in 2021 in. De nieuwe wet gaat gemeenten en provincies alvast meer van die extra ruimte geven, en gaat bovendien de procedure om gebruik te maken van die extra vrijheid versnellen.

Verder speelt het Rijk ook een rol bij het stimuleren van energiezuinige woningbouw. “Wij gaan immers van het gas af. Soms helpt het ook om gezamenlijk het doel te bepalen en impasses te doorbreken”.

De minister gaat in gesprek met de regio’s met de meest gespannen woningmarkt. “Die gesprekken worden nu gepland en gehouden. Maar een belangrijk deel zal na de gemeenteraadsverkiezingen zijn, want daarna worden nieuwe colleges gevormd met natuurlijk de kans op veranderingen in het woonbeleid. Dat beleid is voor mijn gespreksronde natuurlijk van groot belang.”